« terug

Slapen in een tempel

Koyasan (Japan), 03 November 2011, 16:28 | Thijs
Japan

Koyasan, heilige berg in Japan. Dit dorp is gesticht door Kobo Daishi (een heilige monnik uit de 8e eeuw die het boeddhistendom naar Japan bracht). Elke budist in Japan wil na zijn dood dat zijn overblijfselen (of een haarlok) op deze heilige plek op de aanwezige begraafplaats geborgen wordt.

De talloze tempels die er staan bieden onderdak aan de reizigers. Wij zijn drie van die reizigers en komen aan bij Daimyo-oin. Bij de ingang moesten we onze schoenen uitdoen en moesten we slippertjes aan doen. Vanaf daar werden we naar onze kamer geleid. Bij onze kamer moesten we de slippertjes uit doen en op onze kousen voeten verder. Achter me zag ik in een ooghoek nog snel een monnik onze slippertjes omdraaien zodat we bij het verlaten van onze kamer weer makkelijk in onze slippers konden stappen.

De vloer was bedekt met tatami matten en in het midden stond een salontafel. Daaromheen lagen drie platte kussentjes. Het was de bedoeling dat we hierop gingen zitten. Met rijstpapier ingezette deurtjes filterden het licht wat door de ramen naar binnen viel. Onze kamer keek uit op een mooie Japanse tuin. We kregen een kop Japanse thee voorgeschoteld (Macha) en ons werd een korte rondleiding gegeven. Om 6 uur werden we verwacht voor het avondeten. Eerst maar wat rondkijken in het dorp.

De eeuwenoude begraafplaats, waar de hoogste monniken (inclusief Kobo Daishi himself) zijn begraven, is een van de mooie plekjes van dit dorp. Een twee kilometer lang pad langs eeuwenoude cedar-tree’s met duizenden graven sommige meer dan 1000 jaar oud. De graven zien er door de tand des tijd mooi verweerd uit, volgroeid met allerlei soorten mos.

Aan het eind van dit lange pad staat de heilige tempel waar Kobo Daishi begraven ligt. Daarnaast staat een tempel met veel, heel veel brandende lantaarns (met elektrische lampjes, dat wel). ’t Zijn er wel 17000! Dit is zo indrukwekkend, dat zelfs Jasper hier (hoewel je hier geen foto’s mag maken) zijn eerste vakantiefoto maakt! Elke lantaarn representeert een aanbidder van Kobo Daishi, elke lantaarn heeft zijn eigen unieke inscriptie.

Na al dit moois werd het tijd om naar onze overnachtingsplaats te gaan. Na nog even rustig gezeten te hebben was het tijd voor het diner. We werden naar een andere ruimte geleid waar we gingen eten. Er stonden 3 tafeltjes met 3 stoeltjes (rugleuningen waren het, we zaten nog steeds op de grond). De wanden (ook schuifdeuren) waren gedecoreerd met bladgoud en mooie tekeningen van Japanse oude dorpjes, een kersenboom in bloesem en een draak. We kregen een speciaal monniken maaltje waarin geen vlees, vis, ui of knoflook verwerkt was. Wat het allemaal wel was weet ik niet precies, ’t smaakte ook niet allemaal even lekker, maar leuk zag het er wel uit.

Na het eten een lekker warm bad genomen en in Yukata (een soort kimono) nog even rustig na gekletst om op tijd te gaan slapen. ’t Was trouwens vrij fris en tochtig in de tempel (een graad of 13) en onze dekens hadden een Japanse lengte (wat koude voeten betekende). Nu had ik gelukkig mijn donssloffen mee, dus had ik daar wat minder last van dan Rik en Jasper, maar toch niet heel goed geslapen. De volgende ochtend stond al weer vroeg een ochtendceremonie gepland en dit was wel heel bijzonder.

In het tempeltje naast onze verblijfsplaats vond deze plaats. Naast ons drieen waren er nog een drietal monniken aanwezig. Het binnentreden van deze houten tempel had een speciale sfeer. Binnen was het vrij donker. Het spaarzame licht wat door enkele rijstpapieren ramen naar binnenkwam werd hier aangevuld door een vijftigtal lantaarns (dezelfde als we gezien hebben bij de tombe van Kobo Daishi). De tempel zelf is in zijn originele houten staat. Binnen staan allemaal gouden en donkerrode accessoires voor het altaartje. Voor ons staat ook een klein altaartje versierd met gouden draken. Daarop staat een pot versierd met koperen draken waaruit wierook walmt. De hele omgeving straalt een bijzondere atmosfeer uit. De donkere tempel, omgeven door al die lantaarns, alle gouden decoratie, de rokende en ruikende wierook.

De ceremonie begint. Wij zitten erbij, maar na een minuut begint het op mijn knieën zitten al pijn te doen (ik ben daar echt niet voor gemaakt, ook bij die guesthouses waar we zo moeten zitten eten is een ramp), dus ik ben elke 5 minuten aan het ‘verzitten’. De monniken wrijven over hun kralen en beginnen met een Japans gebed. Naast dit bidden wordt er ook een paar keer op een gong geslagen, gezongen (of ritmisch bidden. Ik heb eigenlijk geen idee wat het was, maar er zat wel een vorm van ritme in op een lage monotone bromtoon). Tussendoor moesten we wat wierookkruiden tussen onze duim en wijsvinger nemen, dit naar ons voorhoofd brengen en in de pot met wierook gooien. Dit zou geluk moeten brengen.

Aan het eind van de ceremonie krijgen we nog kort een uitleg. In de ceremonie hebben de monniken gebeden voor een goede gezondheid en geluk van ons drieen. De tempel bevat een drietal heilige beeltenissen, waarvan Kobo Daishi de belangrijkste is.

’t Was een erg bijzondere ervaring en mooi om te zien hoe het boeddhistische leven er hier uit heeft gezien. Natuurlijk is alles wat we nu gedaan hebben gedaan voor toeristen, maar ’t geeft wel een goed beeld hoe het hier aan toe ging.

Moraal van het verhaal:

Ik zal nooit als een boeddhistische monnik kunnen leven: dat zitten op mijn knieën houd ik nooit vol!

Reacties:

  Liesje | 05 November 2011, 18:05

Haha, leuke moraal!!


  Ton | 21 October 2012, 11:53

Aangezien ik een reis aan het plannen ben voor april 2013 en dit een mooi verhaal vindt zou ik best iets meer info over de locatie willen hebben,


Reageer: