« terug

De Aso-berg

Asosan (Japan), 31 October 2011, 11:23 | Thijs
Japan

FietsIn Japan hebben ze vulkanen en een van die vulkanen heet Mount Aso. Die berg is niet zo genoemd omdat hij zo asociaal groot is, of omdat hij eigendom is van de Tour-de-france organisatie (de ASO), maar gewoon omdat hij zo heet.

We zitten hier in een klein guesthouse in de middle of nowhere. Ver buiten de stad aso, ver buiten de toeristische hoek, in een heel klein dorpje, met als enige faciliteit 3 warm water spa’s (de natuurlijke warmwaterbronnen worden hier onsen genoemd). Omgeven door rijstvelden, bergen en onsen (en geen enkele toerist) is dit de perfecte locatie om lekker met de fiets te verkennen. En kijken of we (met fiets/bus/kabelbaan) naar de top van de vulkaan kunnen komen om daar de kokend hete rotte eierenlucht ruikende zwavelwater houdende krater te bekijken.

Tot zo ver dit idyllische plan. Bij het krieken van de dag valt het plan met een boel regen in het water. Tja, maar om nu het hele plan om te gooien, is ook zo zonde want de omgeving blijft net zo idyllisch, alleen dan voorzien van regen, mist en wolken (mount Aso is niet zichtbaar). De knoop wordt doorgehakt: we gaan toch fietsen (onze enige manier om mobiel te zijn, de trein rijdt 1x per anderhalf uur) en we nemen droge kleren mee. Ik ga proberen om mount aso op te fietsen; Jasper en Rik fietsen om mount aso heen (over een Japans vlakke weg), zo’n 20km naar een busstation en nemen daar de bus omhoog. Meetingpoint: boven bij de kabelbaan. Dus een stel droge kleren, wandelschoenen, camelbag, fotocamera (en Nijntje) in mijn overvolle tas gegooid, zwembroek en t-shirtje aan (je trapt jezelf toch wel warm), mezelf op een veel te kleine fiets gehesen en na 5 minuten helemaal doorweekt en langzaam mount aso op.

Het begin is erg steil, ik heb hem in de kleinste versnelling staan en kom nauwelijks vooruit. Na het steile stuk kom ik wat meer in het ritme. ’t Zal gemiddeld 5% omhoog gaan. Om mij heen zie ik, naast regen en mist, rijstvelden, bergen, bossen. Dit voelt echt als het plaatje van Japan zoals ik me had voorgesteld (als scheen in mijn voorstelling de zon). Ik ploeter van haarspeld bocht naar haarspeld bocht, er staan inmiddels onsen in mijn schoenen, op sommige plekken rookt de berg hevig (en stinkt het naar rotte eieren), en de weg lijkt soms meer een waterval dan een beklimming. Halverwege de berg heb ik pech: wegens vallende rotsblokken is de weg afgesloten en kan ik niet verder. Tja, er zit maar een oplossing op en dat is omkeren naar beneden.

Vanwege het natte weer, de haarspeldbochten en de onbekende te kleine fiets doe ik dit met de rem er vol op. Dit betekend niet al te veel want de rem deed het niet heel goed. Maar doordat ik helemaal doorweekt ben, niet hoef te trappen en veel rijwind heb, begint het nu toch wel erg koud aan te voelen. Bij elke bocht beginnen de remmen ook minder goed te werken en helemaal beneden moet ik zelf voor de zekerheid wat bijremmen met mijn voeten… Tja, inmiddels koud en nat, wat nu? Terug naar het guesthouse? Of toch Jasper en Rik achterna naar het busstation. Ik besloot dat laatste te doen. Gewoon goed doorfietsen en ik krijg het wel weer warm.

Onderweg bij de zeven-eleven nog even een snickers gehaald als krachtvoer. Die mensen keken best raar op toen er iemand in korte broek en t-shirt helemaal doorweekt een Snickers kwam kopen. Zeker niets gewend… Na zo’n 16 extra kilometers kwam ik aan bij het busstation, daar even omgekleed in mijn droge kleren (dat voelde zo relaxt!) en Jasper en Rik bleken ook nog bij het busstation te zijn. Daar nog even een thee gedronken en rijst met Japanse curry (een soort goulash) gegeten om vervolgens de bus naar boven te nemen. Bij de krater aangekomen zagen we… niets. Helemaal niets, behalve een dikke laag mist. Van al dat moois dat de omgeving te bieden had, kregen we bar weinig mee. Dat was wel even jammer. Weer terug naar beneden, terug gefietst naar het guesthouse en de dag zat er weer op.

De volgende dag werd duidelijk dat we gister pech hadden gehad. ’t Was stralend weer, het guesthouse was omringt door de mooiste rijstvelden, groene bergen, vulkanen en onsen. Mount Aso roept, maar wij zeggen good bye, want onze trein gaat weer verder, verder naar Nara, zo’n 6 uur treinen (zo’n 860 km inclusief locale boemeltjes) verderop. Mocht ik ooit nog eens terugkomen in Japan dan staat de omgeving van Aso hoog op het lijstje en dan hopen dat het dan wel mooi weer is. Maar ondanks alles was dit toch een ongelofelijk mooie fietstocht.

Moraal van het verhaal:

Een plens regen maakt de wereld niet minder mooi!

Reacties:

  Liesje | 31 October 2011, 14:10

Wel aso van die berg dat ie rotsblokken op de grond had gegooid.. Die bergen van tegenwoordig!! ;)

Hier in Nederland schijnt een heerlijk zonnetje! De verwarming doet het nu ook weer (het is tenslotte kantoortijd nu), dus de ramen staan lekker open! Heerlijk!!


Reageer: