Zee-kajakken in San Diego
Westkust Amerika
Na de Grand Canyon was het tijd om door te gaan richting de kust: San Diego. Na een kilometer of duizend (waarvan 700 rechtdoor) rijden (tussendoor een nachtje in een hostel gedaan), tussendoor nog Mexico gezien vanaf de snelweg (die ging langs de grens) en Mexicaanse muziek op de radio (Mexico, Mexicooooooooooooooooooooooo), kwamen we aan in San Diego. Dankzij de tomtom en de Lonely Planet hadden we zo een hostel gevonden downtown waar we konden slapen en vanaf een meer dan relaxte bank in dat zelfde hostel type ik nu dit verhaal.
San Diego, een redelijk grote stad (1,6 miljoen mensen vonden het nuttig om hier te gaan wonen), vol met vele musea, SeaWorld, dierentuin en natuurlijk strand en zee vermakelarij. Tja in een land wat nog niet eens bestond toen Nederland al een staatsloterij had hoef ik niet per sé een museum te zien. Sea World en een lompe dierentuin is vast leuk, maar op een zondag middag zit ik liever op een plek met wat minder toeristen. Dus dan blijft over de zon,zee,strand vermakelarij. Omdat de zon niet heel hard zijn best deed vandaag en ik niet iemand ben die op een strand kan liggen (hoe moet ik ooit van mijn energie af komen door stil te gaan liggen…), besloten we om te gaan zee-kajakken. Wij ons naar zo’n bedrijf tomtommen, zwemvest aan, liter zonnebrand opgesmeurd en richting strand gegaan. Een mooie felgroene zee-kajak uitgezocht (zo’n zeekajak is toch wat anders dan zo’n Ardennen-modelletje) en hup, de oceaan in. Want ‘t is hier niet zomaar een zee wat hier voor de kust ligt, nee, ze hebben hier een heuze oceaan voor de deur neergelegd.
Maar da’s wel even andere koek dan zo’n stroompje in de Ardennen. Eerst maar eens een eind weg peddelen van die kustlijn af. Toch wel een cool gezicht, het enige wat je voor je ziet is de punt van je kano, meewiegend op het ritme van de golven, een oneindige plas water, af en toe een pluk zeewier onder je peddel en een paar dobberende zeemeeuwen. Plots scheert er een pelikaan een meter voor mijn kano langs in een duikvlucht voor een happie vis. We waren ondertussen toch een behoorlijk eind op weg richting Japan (dat ligt aan de overkant van het uit de kluiten gewassen vis-stekkie waar we aan het peddelen waren), maar we besloten toch weer af te buigen richting kust. Je hebt hier namelijk niet alleen oud-hollandse zandstranden (zonder kuilgravende Duitsers, hoe relaxed is dat!), maar ook rotsen en grotten. Tijd om die dingen maar eens van dichtbij te bekijken.
Van een afstandje was trouwens al goed te zien hoe de golven omsloegen en met veel spetter-spektakel (bij deze gebombardeerd tot woord van de dag trouwens, wat een alliteratie weet ik hier weer te voorschijn te toveren) tegen de rotsen kletsten. Ondertussen was ook het geluid van de oude vertrouwe zeeleeuw te horen. Want die lagen daar bij die rotsen heerlijk te chillen en tussendoor natuurlijk ook een beetje te zwemmen. Dat was echt gaaf, cayakken tussen de zeeleeuwen! Helaas hadden we onze bal niet mee, anders konden we nog met ze spelen. Het water was hier trouwens ook superhelder. Je kon ook verschillende vissen zien zwemmen, met name de uit de kluiten gewassen goudvissen (geen idee wat voor merk vis het was, ze waren knal oranje en zo’n 30 cm groot) waren duidelijk te zien. Gerrit ben ik trouwens niet tegen gekomen.
Na het beestjes kijken, was het tijd om een beetje te gaan spelen met de golven. Want daar waar ze omslaan, gaat je lekker hard, ga je een eind de lucht in, en word je bijna op de kust-rotsen geslingerd. Leuk speelgoed dus. Eerst maar eens proberen. Er komt een hoge bobbel water aan, hard mee peddelen om er op te blijven en vervolgens als hij omslaat (da’s het punt dat je het witte schuim ziet verschijnen) jezelf met grote vaart richting de rotsen ziet knallen. Het enige wat je dan kan doen is hopen en goed sturen zodat je niet om slaat en - belangrijker - niet al te hard met die rotsen in aanraking komt. Twee keer ben ik helaas omgeslagen. Een keer kwamen de rotsen heel dicht bij, ik kon er nog net tussendoor manoevreren. En de laatste keer was echt een hele coole, adrealine creërende ervaring: Ik ’surfde’ (want daar leek ‘t wel een beetje op wat we aan het doen waren: beetje surfen in een kano) weer mooi op de kam van de golf, kijk je onder je: zie je zo’n 2 meter niets en daar onder die rotsen. Ik surfde dus op een golf van 2 meter hoogte boven de rotsen. Oepsie, zal nu maar even niet omslaan zeker. Maar wat een ervaring! Net op tijd trok de golf zich terug, kon ik me snel omdraaien, om volle bak tegen de volgende golf aan te peddelen om toch maar een beetje weg te gaan van de harde kustlijn. Zo, had ik mijn adrenaline momentje van vandaag ook weer te pakken.
Nog een beetje tussen de vogels gepeddeld en vervolgens kano ingeleverd, terug naar het hostel, alle zoute zooi van mijn lichaam af gedouched (deze keer is dat zoute spul eens geen opgedroogd zweet, of resten Death Valley zoals vaker de afgelopen week), wat gegeten (Mexicaans natuurlijk, zo dicht bij de grens), Star-bucks gepakt, plannen voor LA gemaakt (jps, we gaan morgen naar de Warner Bros studio’s) en een verhaaltje voor het slapen gaan getyped.
Moraal van het verhaal:
Met wat golvend water en een bootje kan je al leuk spelen!