Respect for the Canyon
Westkust Amerika
Tja, de Grand Canyon, het ziet er leuk uit, maar het doet me verder niets. Ik heb niet zo iets van: wouw, wat is dit geweldig. Maar ja, zoals al honderdduizendmiljoen keer (vroeger dacht ik dat dat het allergrootste getal was wat er bestond) eerder gezegd heb: je beleefd het pas echt als je er door heen loopt. Je hebt pas echt het gevoel als je hebt geleefd, gedaan, gevoeld, geproefd, gezien, gehoord, geroken. Tijd voor weer een mooie hike dus, dit keer de Southern Kaibab trail (nee, niet de kebab trail, döner zijn we hier in de States nog niet tegen gekomen. Wel wat Duitsers die het ook over de döner kebab trail hadden…).
Dus wij weer onze daypack volgestamt met 2 liter water pp, de nodige musli-repen voor wat energie, en nog wat lunch-ingrediënten voor als we echt trek kregen en een mooi lunch-stekkie tegenkwamen. Tegen een uur of 11 begonnen we vol goede moet aan de trail. Ons doel: net zo ver lopen tot we de Colorado River konden zien (die was vanaf boven niet te zien), en dan weer terug. De duitsers die we de dag ervoor spraken, deden er zo’n 2,5 uur om tot dat punt te komen en zo’n 3,5 uur om weer boven te komen.
Vol goede moet begonnen we weer aan de trail. Hij liep niet zo lekker, dat wil zeggen: door dat hij behoorlijk steil naar beneden liep hadden ze met houten balken een soort van traptreden gemaakt. Maar die treden lagen net geen anderhalve pas uit elkaar, dus je kon eigenlijk geen fatsoenlijke stappen maken. Het leek er een beetje op alsof we de grand canyon aan het naar beneden huppelen waren.
Al huppelend kwamen we steeds verder en uiteraard kwamen we ook mensen tegen die met hun weg terug naar boven bezig waren. Die mensen waren zo verstandig geweest (hadden wij ook eens moeten doen), om vroeg te beginnen, zodat ze voor de middag - als het echt warm wordt - weer terug boven te zijn. Maar tjonge-jonge, wat zien die mensen er afgepijgerd uit! Helemaal bezweet, mond half open, glazige blik in hun ogen. Ze konden nog net een half sputterent ‘hi’ zeggen als je ze passeert, maar veel meer ook niet. Nou, dat belooft wat voor de terugweg.
En bij elke huppel dieper de canyon in werd het warmer, en bij elke huppel dieper de canyon in kreeg het lichaam het zwaarder. Elke huppel extra naar beneden zijn straks omhoog 2x zo zwaar. Plots maak ik een hele rare bokke-sprong-huppel. Wat doe jij dan?? Vraagt Rik. Nou, er ligt hier een ratelslang op de weg, ging er bijna op staan! Hij sist gevaarlijk en laat met zijn ratelende staart blijken dat het inderdaad een ratelslang is en dat ie ons niet zo relaxed vindt. Best even schikken, want als dat beest je bijt daar midden in die Canyon wordt je daar niet heel gelukkig van. Gelukkig sluipt hij weg, maar het was wel weer even een adrenaline momentje.
Nou, vervolgens vrolijk verder gehuppeld, al werd het wel steeds zwaarder. Langzaam kwam er een punt aan dat we toch echt om moesten keren, gezien de vermoeidheid, gezien de warmte, gezien de waterhoeveelheid (dat ging hard!) die we nog over hadden. Maar ja, het zou zo zonde zijn als je net te vroeg omkeert. Dat de colorado rivier om de hoek ligt. Dus toch nog maar een stuk door gelopen. Een stel passanten - die er ook al zo uitzien alsof ze een marathon hebben gelopen, zo bezweet, zo’n afgepeigerde blik - maar eens gevraagd hoe ver het nog is dat je de colorado river nog mooi kan zien. De een zegt 4 mijl, de ander 1 mijl. Nou vooruit dan maar, dan huppelen (al ging elke huppel steeds iets minder soepel).
Bij het 3e rusthuisje (bestaande uit een netjes vormgegeven hudo) vond Rik het mooi geweest. De bakkende zon (een graad of 30), de droogte, de schaduwloze route, het behoorlijke stuk dat we al gelopen hadden begonnen hun tol te eisen. Ik had het idee dat we er bijna waren, en mijn kaarsje was ook nog niet aan het uitgaan, dus ik wou nog wel even. Ik besloot om verder te kijken, en een passant zei dat het nog slechts 5 minuutjes lopen was. En inderdaad, daar kon ik hem zien: El Colorado River! De veroorzaker van deze canyon. Zonder rivier, geen canyon en hoewel ik er nog steeds ver af stond (ik kon hem slechts zien), was wel duidelijk wat voor kracht er in deze rivier zat.
Tijd om terug te gaan, tijd om de zware tocht naar boven te gaan maken. Net als op de heenweg, net als bij havasupai ging dit - ik weet niet waarom, zo loop ik nu eenmaal - weer aan een moordend tempo. De ene na de andere hiker werd voorbij gegaan en hoewel ik volle bak aan het zweten was en toch wel een beetje aan het afzien was, ging het eigenlijk nog prima. Rik had het wat zwaarder en daarom stopten we af en toe op de weinige schaduwplekken die de klim rijk was om het lichaam de kans te geven wat af te koelen.
En hoe hoger we kwamen, hoe frisser de mensen eruit zagen die ons tegmoed kwamen en hoe afgepeigerder de mensen eruit zagen die we inhaalden. Ik had inmiddels een lekker stamp-muziekje op mijn mp3-speler gezet, wat het tempo er een beetje inhoudt, waardoor je niet steeds langzamer gaat lopen. Ik wist dat iedereen die ons tegmoed kwam er nog fris en fruitig uit zag en, net als wij op onze rit naar beneden, de afgepeigerde mensen omhoog ziet komen. Toch probeer je, hoe moeilijk dat soms ook ging, bij elke passant ‘Hi’ te zeggen.
Maar toch ging, bij elke stap die ik hoger kwam, onder het genot van de opzwepende muziek die in mijn oor werd geblazen, kreeg ik er meer zin in, dit stukkie lopen krijgt mij niet kapot, en weer sprintte ik een paar traptreden omhoog op het ritme van de muziek. Ik keek achter me en keek mijlen ver de canyon in. Dat gevoel, alsof je de slopende canyon, die je hele lichaam brak, oververhit en verrot aan het maken was, dat je dat aan het overwinnen bent, dat gevoel had ik nu. Een gevoel van onoverwinnelijkheid, alsof je de hele wereld aan kan. Dat gevoel heb ik soms ook op mijn fiets, dat je een heuvel op kan fietsen zonder moe te worden, dat je door kan blijven gaan zolang je wilt. Kan me niet schelen hoe ver het nog is omhoog, ik kom er wel, en met een lach op mijn gezicht en een goed gevoel in mijn hoofd liep ik verder. Hoe groot het contrast was met andere uphill-hikers bleek wel toen een van de passanten zei: Wow, you still looking so fresh! Heerlijk gevoel geeft zo’n opmerking!! And I like your bunny!, wijzend op Nijn die de hele tocht van achter in mijn rugzak ook heeft gemaakt. Eindelijk boven een moe maar zeer voldaan gevoel. De canyon heeft laten zien dat je hem niet moet onderschatten, dat je hem moet respecteren, maar ik heb het overwonnen en dat voelt goed, heel erg goed.
Uiteindelijk bij het informatie punt nagevraagd hoever we nu gehiked hadden, dit punt stond namelijk niet in het informatieboekje. Dat klopte, want wat wij hadden gedaan was meer dan een dag hike! Totaal zo’n 16 kilometer, 8 naar beneden en 8 omhoog. Totaal zijn we zo’n 1600 meter gedaald en gestegen en dat alles binnen 4 uur. Over belachelijke tempo gesproken…
Moraal van het verhaal:
Hoe kapotter ik ben, hoe beter ik me voel!