Subtropisch zwem-utopia
Westkust Amerika
Het subtropisch zwembad bij center parcs is voor mietjes. Het tiki-bad is voor nono’s. Ja ik durf zelfs te beweren dat de watervallen van Loenen het niet halen bij die van de Havasupai.
De Havasu-canyon, welke overgaat in de Grand Cayon, wordt bewoond door een indianenvolk welke grotendeels zelf voorzienend is en verder geld verdient met de (niet zo masaal aanwezige) toeristen. Het ligt er erg afgelegen, je kan er alleen komen via een 16 kilometer zware hike de canyon in, met muilezels of - het blijft Amerika - met de helicopter. Wij kozen voor de hike omdat je op deze manier veel ziet en meemaakt. En natuurlijk: een waterval die op je rug klettert is toch vele male relaxter als je er 16 kilometer voor hebt moeten lopen, dan dat je er met een helicopter bent afgezet? Je kan toch veel beter lam in een hangmat liggen als je ook daadwerkelijk lam bent?
Het begon allemaal boven op Hilltop (een goeie naam voor de top van een heuvel), waar de parkeerplaats was. We waren daar de avond ervoor al aangekomen en daar ons tentje opgezet. Nou ja opgezet, het leek niet echt op een tent, want door de rotsbodem konden we geen haringen gebruiken maar een beetje met stenen zitten klooien en door de harde wind hing de buitentent half over de binnentent te klapperen. Niet echt goed geslapen dus, maar ’s ochtends voor zonsopgang opgestaan om zo vroeg mogelijk de weg naar beneden te kunnen maken. Hiken met rugzak in een canyon door mul zand, rotsen, kiezelstenen is al niet de meest ontspannende (niet voor lichaam, wel voor geest) bezigheid, maar als de zon op je hoofd staat te bakken is het al helemaal niet meer relaxed, vandaar een vroeg vertrek. We kregen er wel een mooie zonsopgang boven de canyon voor terug.
Met goede moed, en een musli-reep als starter (ontbijten doen we beneden in het dorpje wel aan het eind van de hike, genoeg reserves opgebouwd hier in Amerika de afgelopen week om die tocht op een musli-reep te kunnen doen). Onderweg kwamen we al de eerste indianen tegen met een groep muilezels die met bagage omhoog trokken naar ons startpunt. We hadden het tempo er weer eens redelijk in zitten en na 3 uur waren we in het dorpje (we hadden ongeveer 12 km gelopen) hadden we ons geregistreerd en was het tijd om te ontbijten.
Vervolgens door geploeterd (het was echt heel irritant mul zand waar we door moesten lopen) naar de campground, maar nog voor we daar aan kwamen zagen we ze dan toch echt: de turkoise kleurige watervallen. Wat een mooi gezicht was dat! Met het geluid van neerkletterend water, viel het naar beneden in het mooiste subtropische zwembad dat ik gezien heb.
Na een middagje chillen bij het water was het de volgende dag tijd voor een hike naar 2 andere mooie watervallen. Dit keer geen standaard beetje lopen hike, maar een vol activiteiten. Bij de moony falls (meer later daarover) hadden we een mooie klettersteig (aka via ferrata) naar beneden en vervolgens moesten we ook nog 2x het water - tot ons middel - doorkruisen. Dus schoenen uit en oversteken maar. Onderweg kwamen we trouwens ook nog wat berggeiten tegen die in de watervallen naar wat te drinken en verkoeling zochten. Vervolgens kwamen we aan bij de Beaver Falls, allemaal elkaar opvolgende kleine watervalletjes, gevormd door kleine dammetjes. Heerlijk om daar eventjes onder te zitten, een soort van watermassage kreeg je er van. Het water was trouwens nog best koud, maar met een waterig zonnetje (die had trouwens best wat harder zijn best mogen doen) was het prima uit te houden. Na een beetje spelelarij was het tijd om weer terug te gaan voor wat spelelarij bij de Moony Falls. Tussendoor weer 2x door het water moeten trekken, er hing onderweg ergens nog een touw waarmee je jezelf het water in kan slingeren (dat hebben we dan ook maar gedaan).
Maar toen dus de Moony falls. De moony falls is een 30 meter hoge turkoise gekleurde waterval, gevolgd door nog wat kleintjes van een metertje. Wat zag dat er prachtig uit! Eigenlijk onbeschrijfelijk, het geluid van het bulderende water, het gevoel van de frisse spray die je huid zachtjes kietelt met tussendoor een zonnenstraal, de 3 a 4 andere touristen/badgasten/backpackers/avonturiers (ja het was er volle bak) die stonden te genieten, het was helemaal geweldig. Tijd om eens te kijken hoe dicht bij ik bij dit natuurgeweld kon komen. Toen ik op de rand van het basin stond voelde het water best wel koud aan. Maar toch proberen hoe dicht bij we konden komen. Wat een geweld was dat, met veel moeite lukte me het om redelijk in de buurt van de waterval te komen. De voeten schap gezet in het zand en ik kon zo naar achteren leunen zonder om te vallen. Wat een ervaring was dat! Een oorverdovend gebulder achter me, waterspetters die met grote kracht tegen me aan werden gesmeten (een geweldige rugmassage), een ontzettend harde wind (de lucht die mee naar beneden werd gezogen), golven van een halve meter hoog. En het uitzicht, geweldig! De helder blauwe hemel, de fel rode rotswanden, het turkoise water, de groene vegetatie, dit is echt zwemwahala. Van alle adrenaline had ik het ondertussen al lang niet meer koud.
’s avonds weer vroeg gaan slapen om nog voor het weer ligt werd de volgende dag onze weg uit de vallei op te pakken. Wederom 16 kilometer, maar nu bergop maar wel een schitterende onvergetelijke ervaring rijker. Na 3,5 uur volle bak naar boven gekacheld te hebben zat het er weer op. Tijd om nooit meer te vergeten.
Moraal van het verhaal:
Er zijn nog mooiere watervallen dan die van Loenen!