« terug

From the stars in Death Valley to the stars in Vegas in 24hrs

Death Valley, Las Vegas (United States), 17 October 2009, 21:29 | Thijs
Westkust Amerika

Slapen in Death ValleyIn 24 uur kan je een boel doen. Je kan bijvoorbeeld een uur of 8 werken, een uur of 8 slapen, een beetje eten en een beetje socializen. Dat klinkt heel wat op zo’n dag, maar het kan ook anders. Vierentwintig hele uren, volledig geleefd. Vierentwintig hele uren met ik denk wel de grootste tegenstrijdigheden die ik in die uren heb meegemaakt, van de sterren in Death Valley tot de sterren in Vegas.

Het begon allemaal op een grote zoutvlakte in een drooggevallen meer, midden in Death Valley. Daar, midden in de vallei tussen de zoutplaten lagen wij op een stukje zeil. Eerder op die dag hadden wij bij het Death Valley info center een ‘Wild Permit’ aangevraagd, wat betekende dat wij het recht hadden om wild te kamperen. Echter, dat moest minstens 2 mile (zo’n 3 km) van de weg en mocht niet op bepaalde plaatsen. Het drooggevallen meer was een van de plaatsen waar het niet mocht, maar daar letten we even niet op. Onder het mom van: als wij de weg niet meer kunnen zien, kunnen ze ons vanaf de weg ook niet meer zien.

Na de auto langs de weg geparkeerd te hebben, en drie kwartier met tom-tom en kompas richting de zoutvlakte gelopen te hebben kwamen we aan. Zeiltje uitgelegd, matjes erop, slaapiezak erop en relaxen maar. Wat een uitzicht! Duizenden sterren, de melkweg het was allemaal te zien.

In het kader van: doe eens iets geks in de middle of nowhere, hadden we een laptop bij met een aflevering van Bert Visscher erop. Ik denk dat het de meest ‘exotische’ plaats ooit is waar er een show van Bert Visschers is bekeken. Maar het had wel wat om op die zoutvlakte in je slaapzakkie onder de sterren naar Bertje Vis te kijken. En het werd nog mooier toen daar in de achtergrond ook de maan langzaam op kwam zetten.

Langzaam werd het tijd om onder de deken van sterren in slaap te vallen. Het was een graad of 10, een heerlijke temperatuur dus om te slapen. We hadden de wekker om kwart voor 6 staan, om te kunnen genieten van een prachtige zonsopgang. En prachtig was die hoor, die zonsopgang! Met het nodige kleurelarij-geweld werd het langzaam steeds lichter. Op de bergen, vele kilometers verderop aan de andere kant van het meer werden stillaan de eerste zonnenstralen geprojecteerd. Langzaam doch zeker steeg de zon, waardoor ook wij uit de schaduw traden. Wat een fantastisch gezicht, die laagstaande zon boven de zoutvlakte. Onze lange schaduwen, werden door de zon op de zoutplaten geschilderd. De blinkende zoutkristallen deden onze ogen fonkelen van plezier. Dit is hoe je Death Valley mee moet maken! De eindeloze vlakte, de opkomende warmte, de oneindige stilte, de sterrenhemel, de zonsopgang, wat was dit geweldig.

Na deze geweldige ervaring ons boeltje weer bijeengepakt, terug naar de auto, ontbeten en nog wat hotspots (zowel letterlijk als figuurlijk, ‘t was warm, 30+) gekeken. Vervolgens was het tijd om door te rijden naar Las Vegas.
Tussendoor nog ontbeten en een starbucks bezocht en op zo’n 30 kilometer afstand zagen we Vegas al liggen. En niet alleen Vegas, ik kon ook ons hotel al aanwijzen. Zie je daar die hoge toren? Daar slapen we vannacht. Helaas sliepen we niet in de hoge toren zelf, het hotel stond er naast. Het binnenwandelen in het hotel was al een ervaring op zich. Dit was geen hotel, dit was een groot casino. Je moest het hele casino door lopen om in te checken. En vervolgens moest je nog eens het hele casino door om richting de liften te gaan. Alles was er aan gedaan om mensen zo veel mogelijk te laten gokken. Achter de eenarmige bandiet zaten mensen duf voor hun uit te kijken en steeds maar weer de hendel over halen. Ehm, tja het is maar waar je van houdt, ‘t is in ieder geval niet mijn ding (dus damn, peanutbutter (dat is Engels voor helaas, pindakaas), heb dan ook niet de jack-pot gewonnen).

Onderweg naar Vegas kwamen we trouwens een groot billboard tegen (nou ja wel meerdere natuurlijk, maar eentje trok onze aandacht): vanaaf draaide Armin van Buuren ergens downtown! In het hotel de nodige info bij elkaar gegoogled, kaartjes geboekt en waar we ’s ochtends nog wakker werden onder de sterrenhemel, stonden we nu, nog geen 24 uur later uit onze plaat te gaan in de club van Paul Oakenfold op de beats van Armin van Buuren (en Glenn Morisson). Tot een uur of 5 stonden we ons daar meer dan prima te vermaken, want naast de oudhollandse plaatjesdraaier waren er ook fleurig uitgedoste steltelopers en acrobaten die zich bovenin de zaal sierlijk en ritmisch om de touwen kronkelden.

Tegen een uur of 6 was het tijd om te gaan slapen en hadden we er 24 geweldige uren opzitten. Echt bizar dat je 24 uur geleden nog wakker werd onder een deken van sterren en dat je nu gaat slapen met de beats van Armin in je hoofd.

Moraal van het verhaal:

In 24 uur kan je veel doen!

Reageer: