Hoofdstuk II: Gerrit gaat op reis
Uncategorized
In het vorige hoofdstuk zagen we hoe Gerrit Goudvis, bang en alleen thuis, een brief van de deurwaarder kreeg.
En toen was het vrijdag.
Gerrit zwemt weer zijn rondjes, maar is toch angstig over dat wat komen gaat. Niemand weet hoe deze dag zou gaan verlopen.
Hij hoort een boel geluid. Het is pas kwart over zes in de ochtend, en toch is er al volop bedrijvigheid. Zou het er wat mee te maken hebben?
Plots komt er een schepnetje in het aquarium. Gerrit wilde zich nog snel verstoppen in de waterplant, maar het was al te laat. Hij wordt opgevist en in een plastic zakje gedaan. Dan is het donker… “Het is beter als ik je meeneem dan iemand anders”, hoorde hij nog roepen.
Even later hoort Gerrit de rustgevende cadans van een trein. Niet dat hij het geluid van een trein kent, maar hij kan zich heel goed voorstellen dat een cadans van een trein zo klinkt als het geluid wat hij nu hoort. De tas gaat open en er valt wat licht naar binnen. Naast hem zit zijn baasje. “We gaan op vakantie!“, denkt Gerrit, “Naar mijn neef op Aruba misschien wel“. Zijn staartvin kwispelt van blijdschap. De tas gaat weer dicht, maar het feit dat ze op vakantie gaan geeft hem een goed gevoel. De rustige cadans van de trein wiegt hem in slaap, op een manier die hem wel bevalt. “Ik zou eigenlijk vaker in de trein moeten zitten“, wou Gerrit nog denken, maar voor hij het dacht, was hij al in slaap gevallen.
Even later wordt Gerrit weer wakker. De heerlijke cadans van de trein is er niet meer en omdat de tas open is, is het ook niet meer donker. “Is dit Aruba?“, vraag Gerrit zich af, terwijl hij nietsvermoedend uitkijkt over de Domstad. “Waar is mijn neef dan?“.
Zijn baasje is druk aan het bellen, met de deurwaarders. Maar de deurwaarders doen erg bot. Gerrit hoort ze het nog zeggen: “Die persoon staat nog ingeschreven op dat adres, dus zijn wij gerechtigd spullen mee te nemen van dat adres. Maar ik krijg nu een andere lijn binnen dus ik moet ophangen“. Het lijkt wel of het baasje niet in staat is er wat tegen de deurwaarder te doen. “Had hij ook maar niet naar Aruba moeten gaan“, dacht Gerrit bij zichzelf, “da’s toch helemaal niet handig om vanaf daar iets te regelen”.
Bliepbliep, bliepbliep. Een sms-je. De telefoon ligt eventjes in de tas, dus Gerrit, met zijn goudvisselijke leeskennis, kan hem als eerst lezen. ‘t Is van de huisgenoot, die is ook al op vakantie. Of we al meer weten en dat het toch maar verstandig is om aanwezig te zijn, voor het geval ze mochten komen. “Maar ik wil nog niet weg van Aruba“, denkt Gerrit, “Ik heb mijn neef nog niet eens gezien”. Hij ziet zijn baasje overleggen met een Arubaanse meneer met krullend haar en plots gaat de tas weer dicht. Voor dat Gerrit ook maar ‘blub’ kan zeggen zitten ze alweer in de trein. “Nou, dat was ook kort in Aruba“, dacht Gerrit. Het enige voordeel is dat we weer in de trein zitten, met die heerlijke cadans.
Gerrit besluit dan maar te gaan slapen. Hij wilde net gaan dromen over zijn neef in Aruba, die ze dan maar de volgende keer moeten gaan bezoeken, toen hij werd gestoord door het geluid van de telefoon. Het was de makelaar, hoorde hij zijn baasje zeggen. De makelaar had ook heen en weer zitten bellen en faxen en had nieuws. ’t Is voorlopig van de baan, maar zorg wel dat je thuis bent, want je weet het met die gasten maar nooit.
Na nog even in slaap gedommeld te zijn, zijn ze weer thuis. Gerrit wordt weer herenigd met het aquarium en de waterplant. “’t Was wel een korte vakantie”, zei Gerrit tegen de waterplant. Maar ja, waterplanten kunnen helemaal niet praten of horen, maar dat wist Gerrit niet. “Ik denk dat we al bij al 2 uur op Aruba zijn geweest”. Niet dat Gerrit kon klok kijken, of wist wat tijd was, maar hij had het wel eens iemand horen zeggen en vond het wel stoer klinken. “Ben ik niet bruin geworden?”, zei hij er stoer achteraan.
Zijn baasje was weer aan het bellen. Via de vriend van zijn huisgenoot had hij een advocaat aan de lijn. Zo’n echt, die zo een gastrolletje in Koefnoen kan gaan spelen als Moszkowicz, want hij heeft dezelfde stem,
De Moszkowicz-sound-a-like (geen look-a-like) gaat er ook achteraan bellen en net voor uur U krijgt het baasje het verlossende telefoontje. De inbeslagname is van de baan, het is in onderzoek en zolang het in onderzoek is, doen ze niets.
Gerrit ziet dat zijn baasje opgelucht is en van blijdschap kwispelt hij met zijn rugvin. “Dus die enge meneer komt niet meer terug?” vroeg Gerrit zich af. Wat een avontuur zeg! Voor het eerst van zijn leven met de trein, helemaal naar Aruba, maar voor hij de kans heeft zijn neef te groeten gaan ze al weer terug. “Als Bert de Baars dit zou horen zou hij jaloers zijn”, dacht hij bij zichzelf, “maar de volgende keer als we op Aruba zijn wil ik wel mijn neef bezoeken”. Hij besluit hem een brief te schrijven…
Wordt vervolgt…
Moraal van het verhaal:
Wat niet thuis ligt kan ook niet meegenomen worden. Zorg dus dat je je dierbarespullen mee neemt als de deurwaarder komt!