Lauwe pis, lamme Duitser
Uncategorized
Je maakt mij de pis niet lauw, carnaval dat is iets waar ik niet zo van houw. Tja, afgelopen weekend waren we dus in Duitsland om het zoka voor te bereiden. En laat dat nu net tijdens carnaval geweest zijn. Alaaf, hou me tegen, Mien waar is mijn neus?
Onderweg al per ongeluk bijna in een optocht terecht gekomen. Een brandweerman met een clownspruik op verzorgde gelukkig een omleiding. Helaas voor ons ging de omleiding toch deels door het carnavaleske dorp. Normaal een klein Duits nietszeggend dorpje waar een krant die te laat wordt bezorgd zo’n beetje de meest enerverende gebeurtenis is.
Maar nu dus niet. Carnaval dus. Daar, op de stoep van een typisch Duits huis zat een oude vrouw, met een rood geschminkte neus en een feesthoed op. Verderop loopt een man, die de rest van het jaar serieus en integer wordt gevonden zwalkend over straat, met een kitcherig piratenpakje aan. Niemand die nog recht kan lopen en verbazing is op hun gezicht af te lezen als wij door het dorp rijden. Wat moeten een stel Nederlanders nu in dat kleine rotdorp?? Vragen ze zich af. De toeristische noodzaak is absoluut niet aanwezig. Je ziet ze denken dat er ergens iets niet klopt, maar je ziet ze nog harder peinzen wat er dan eigenlijk niet klopt. ’t Lukt ze niet om onze aanwezigheid te verklaren, en deze onverklaarbare ‘tja-ik-weet-‘t-ook-niet’-blik in hun ogen, doet ons lachen, toeteren, zwaaien en verder rijden.
Dan ’s avonds. Na een mooi terreintje gevonden te hebben even eten bij de pizaria. Wij ergens de auto neergezet en richting binnenstad gelopen. Het liep al tegen een uur of 9, maar van feestgedruis was weinig te merken. Her en der zaten wat lamme Duitslanders bij te komen van waarschijnlijk de hele dag carnaval vieren. Daar op de hoek is een pizaria, en we gaan naar binnen.
Binnen ziet het er redelijk vol uit en wij zijn redelijk underdressed, dus we vallen wel op. Het prinselijk gebeuren, zijn hofhouding inclusief lakeien, maar ook clowns, cowboys en een verdwaalde pinguin zitten ons aan te staren, net op het moment dat ze een stuk pizza in hun mond wilden duwen. Hebben we iets van jullie aan of zo?? Gelukkig niet trouwens, wat ik zie mezelf nog niet lopen met zo’n lakeienpruik.
Gelukkig was beneden – ins keller – nog wel plek vrij voor een lekker pizzaatje. Er was nog een ander tafeltje bezet. Vanwege onze afwijkende kledingsteil en ons onverstaanbare taaltje hadden ze het af en toe over ons. Zei zullen geen Duits spreken denk ik. Hé, spreken jullie Duits??? Wij doen alsof onze Hollandische Nase bloed. Wij sprechen immers nur Bahnhof (ich verstehe nur Bahnhof is een volledig correcte Duitse uitdrukking om aan te geven dat je er geen bal van snapt, een mooie contradixus om aan te geven dat je het wél kan).
Even later hebben wij een leuk terugplaag momentje. Mijn Duitstalige wekker, Gutenmorgen Sonnenschein zo hard mogelijk aangezet en kijken wat er gebeurd. Eerst zie je de luidruchtige, zelfverzekerde Duitsers om hun heen kijken. Zo van: wat hoor ik nu. Dan dringen de tonen van het vrolijke ochtendlied langzaam door in hun met alcohol doordrenkte geest. Vol ongeloof kijken ze elkaar aan. Wie ist das möglich?? Diese leute sprechen ga kein Deutsch. Het is in één keer stil aan dat andere tafeltje. De dronken kletsplaat is omgetoverd naar totaal onverklaarbare blikken, waarbij er waarschijnlijk honderden moeilijke vragen over deze situatie in hun hersens worden afgevuurd, maar ze niet in staat zijn om er maar één te beantwoorden. Heerlijk om te zien, die onverklaarbaarheid in hun ogen. Ze rekenen af en gaan stilzwijgend naar boven, zonder nog maar een woord gezegd te hebben. Zes stille Duitsers im pizzakeller.
Moraal van het verhaal:
Het onverklaarbare gezicht van een Duitser met clownsneus is onbetaalbaar!