De TV-coach
Uncategorized
Je hebt vast wel eens gehoord van het tv-programma 12 steden, 13 ongelukken. Haal er één vanaf en je komt aan 11 steden, 12 ongelukken. Elf steden, een ideale combinatie om eens op de schaats te doen. En in mijn geval zou dat dan weer leiden tot op zijn minst 12 ongelukken. Maar dan moet Koning Winter wel mee werken, anders kan je net zo goed gaan meedoen aan het WK-klunen. Mijn gehark op het ijs lijkt echter meer op klunen dan op schaatsen, dus dat komt wel goed. Tja, ik denk dat ik de enige ben in dit schaatsgekke landje die niet kan schaatsen.
En schaatsgek dat zijn we. Volgens mij zijn we het enige landje waar mensen geboeid naar de 10 km voor mannen zitten te kijken. Een stel mannetjes dat een kwartier lang rondjes schaatst, en als ze er zijn, dan gaat een volgend stel mannetjes precies hetzelfde proberen te doen, alleen net iets sneller. Zelfs de meest vroege (en kansloze) starters worden live uitgezonden. Het is op zich best een hele prestatie dat je zo’n saaie rit als commentator helemaal kan vol l*llen. Er gebeurt een kwartier lang niets, en om een kwartier over niets te praten, dat valt niet mee (al ben ik nu ook al 5 minuten complete onzin aan het schrijven, maar dat geheel terzijde). Het is dat de belspelletjes niet meer bestaan, want anders konden ze zo een open sollicitatie ernaar toe sturen. Die belmiepen moeten immers ook een uitzending met niets vullen.
Gisteren gingen we met de studievereniging Thalia schaatsen. Ik weer van die dingen ondergebonden en richting ijsbaan gekluund. De laatste keer dat ik nog een serieuze schaatspoging gedaan had was 2 jaar geleden (ook met Thalia), en ik deed toen slechts 4 minuten over een rondje (de baan daar is 333 meter). Dat moet beter kunnen, gezien het lijstje met baanrecords (Jan Bos, Erben Wennemars, Ireen Wust en Sven Kramer stonden erop). Het eerste rondje leek nergens op, het was meer lopen dan schaatsen. Bij elke stap werd de ene schaats iets voor de andere uit geschoven. Ik leek wel een wiebelend konijntje. Dit duurde dan ook een tijdje voordat het eerste rondje rond was. Het leek voor geen meter (letterlijk) op schaatsen, maar ja je kan wel langs de kant gaan zitten, maar van kijken naar schaatsen leer je niet schaatsen.
Dus ik vrolijk verder klunen, en zo heel af en toe leek het er wel op alsof ik gleed. Ik had dan waarschijnlijk geheel per ongeluk een schaatsachtige beweging gemaakt die er voor zorgde dat ik weer een stukje vooruit was gekomen. Ik had ook problemen om mijn balans te vinden: steeds als ik iets te relaxed ging staan, waarbij het gewicht naar mijn hakken werd geplaatst had ik de neiging om achterover te vallen. Na 2 rondjes van klunen, per ongeluk glijden en half achterover vallen, schoten mij de woorden van Henk Gemser te binnen. Henk was schaats-analist naast Noorse-truien specialist Mart Smeets, en daar waar het fout ging op tv zij Henk altijd wijselijk: Je moet natuurlijk goed die druk op de knieën en tenen houden. Zorgen dat je het zwaartepunt naar voren verplaatst. Goed luisterend naar TV-coach Henk ging het al weer wat beter, en na 15 rondjes klunen begon er zowaar een paar schaatsachtige bewegingen te ontstaan.
Elk rondje ging het nog weer ietsje beter, en uiteindelijk reed ik mijn laatste rondje onder de 1:40 (1 minuut 40, niet 1 uur 40 hoor!). Ik had maar liefst 33 rondjes geschaatst en dat is zo’n 11 kilometer. Dat is toch mooi 1 kilometer verder dan het baanrecord van Sven Kramer, dus had ik die mooi verslagen! Ik kreeg uiteindelijk zelfs nog een prijsje voor Thaliaan met het meeste doorzettingsvermogen. Mijn eerste schaatsprijs is binnen, dat er nog vele mogen komen. 2010 is een Olympisch jaar geloof ik…
Moraal van het verhaal:
Van kijken naar schaatsen leer je niet schaatsen!